Standaardisatie BRO registratieobjecten in volle gang

    CommunicatieBRO
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door CommunicatieBRO 24 dagen geleden

    Het definiëren van de registratieobjecten van de BRO wordt in vier tranches uitgevoerd. Tranche 1 is op 1 juli 2017 afgesloten met het vaststellen van de eerste drie BRO-catalogi. Ondertussen is tranche 2 volop gestart. In dit bericht een update van de stand van zaken.

    Afronding standaardisatie tranche 1 bijna voltooid
    Per 1 juli 2017 zijn de volgende drie catalogi door het Programmabureau vastgesteld:

    • Geotechnisch sondeeronderzoek (CPT)
    • Grondwatermonitoringput (GMW)
    • Booronderzoek – deelcatalogus voor bodemkundig boormonsterbeschrijving

    De documenten zijn beschikbaar via de volgende link: https://www.broinfo.nl/documenten.

    De catalogus voor Mijnbouwwetvergunning (EPL) is nog in ontwikkeling. Vanaf begin 2017 is hier hard aan gewerkt door dataspecialisten van TNO met inhoudelijke inbreng van deskundigen, waar onder het Ministerie van Economische Zaken en de Adviesgroep Economische Zaken. De conceptversie is eind september toegelicht in een stakeholder-sessie waarna de catalogus tot 21 oktober ter consultatie heeft gelegen. Begin november wordt de definitieve versie opgesteld, na verwerking van de reacties op de consultatie. De conceptcatalogus treft u hier. Op die locatie zal t.z.t. ook de definitieve versie worden gepubliceerd.

    Agile-aanpak voor tranche 2
    Tranche 2 is afgelopen juni gestart en hierbij wordt een agile werkwijze gevolgd. In afgebakende sprints van 6 weken werken specificatieteams gezamenlijk aan het definiëren van de registratieobjecten en bijbehorende technische documenten. In deze teams werken data- en informatieanalisten van TNO en Geonovum dagelijks samen met materiedeskundigen uit de werkvelden. De inhoudelijke inbreng is daarbij leidend.

    Onze eerste ervaringen zijn positief, zodanig dat we deze werkwijze willen voortzetten in de volgende tranches.

    Enkele leerpunten willen we graag meegeven:

    • Zorg eerst voor een heldere scope en afbakening alvorens je start met definiëren en modelleren;
    • Ga niet alleen inhoudelijk met een object aan de slag, richt je ook op het beoogde werkproces van de BRO en het effect dat dit heeft op stakeholders;
    • Zorg dat een team compleet is en iedereen de handen vrij heeft voor het onderhanden registratieobject.

    Wat we vanaf nu meer willen gaan doen is het publiceren van de (tussen-)resultaten. Zowel door die digitaal beschikbaar te stellen als door hierover sessies voor belanghebbenden te organiseren. De feedback die we daarmee ontvangen willen we weer gebruiken in de specificatieteams om daarmee een gedragen catalogus samen te stellen. De formele consultatie aan het eind is dan niet meer het enige moment om een reactie te geven op de definitie van het registratieobject.

    In tranche 2 werken we aan twee ondergronddomeinen: het grondwaterdomein en bodem- en grondonderzoek.

    Registratieobjecten grondwaterdomein
    In het grondwaterdomein onderscheiden we 5 registratieobjecten die in nauwe verbinding met elkaar staan. We zijn begonnen met het grondwatersamenstellingsonderzoek. Inmiddels zitten we in de derde sprint en willen we de deelresultaten delen met het werkveld. De resultaten zullen komende week publiek worden gezet, en op 9 november  wordt hiervoor een toelichtings-sessie georganiseerd. De catalogus zal in Q1 van 2018 worden samengesteld en voor formele consultatie publiekelijk digitaal beschikbaar worden gezet.

    In de derde standaardisatiesprint, lopend vanaf begin oktober, zijn we voorts gestart met grondwatermonitoringnet.

    Bodem- en grondonderzoek
    Daarnaast is een flinke slag gemaakt voor het registratieobject Booronderzoek. Het definiëren van de geotechnische boormonsterbeschrijving wordt gedaan in afstemming met de commissie die de nieuwe norm voor geotechnisch onderzoek opstelt, de NEN-EN-ISO 14688. De BRO maakt hiermee een mooie koppeling met de actuele wensen uit het stakeholder-veld. De conceptresultaten van het definiëren van de grondslagen voor identificatie en classificatie van grond zullen medio november worden gepubliceerd. Ook zullen wij een toelichtings-sessie organiseren rond die datum waarbij vertegenwoordigers uit het werkveld welkom zullen zijn. Naast het definiëren van de uitvoering van het maken van de boormonsterbeschrijving, willen we ook de uitvoering in het laboratorium vastleggen in de BRO, eveneens in afstemming met de toekomstige NEN-EN-ISO 14688. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de reeds bestaande methodiek van Deltares. De eerste resultaten verwachten we eind november te kunnen delen.